30.07.2004 Het Kaaps schiereiland (3)

Cape Point Camps Bay

De afstanden zijn veel kleiner dan we ons hadden voorgesteld. Maar goed ook, want we hebben een kilometerlimiet van slechts 200 kilometer, boven welke afstand duizelingwekkende toeslagen gelden. We bereiken al gauw het zuidelijkste puntje van het schiereiland: Kaap de Goede Hoop. Het is een natuurreservaat waar entree voor betaald moet worden. We rijden verder over een smalle, verlaten weg door een ruig landschap. Uitbundig gele bloei, ondanks het winterseizoen. Arjan vertelt dat de kaap veel flora kent die alleen hier voorkomt.

We parkeren de auto daar waar we niet verder kunnen, en volgen de rest van de weg naar Cape Point — het zuidelijkste puntje — te voet. Licht hijgend klimmen we richting de vuurtoren. Er is trouwens ook een trammetje, maar dat is uiteraard voor mietjes. Arjan, die voorop loopt, begint ineens druk te wenken, en te gebaren dat we geen geluid moeten maken. Een paar treden verder zie ik waar het om gaat: een roofvogel zit op een muurtje een net gevangen muis te ontleden. De darmen en andere organen worden er uitgetrokken en zorgvuldig terzijde gelegd. Tja, waar is je telelens als je ‘m nodig hebt…

Vanaf het plateau bij de vuurtoren kijken we uit op de grillige kustlijn van aan de ene kant de Atlantische en aan de andere kant de Indische oceaan. Bij het bord “New York:zoveel kilometer”, enzovoort, staat een groepje Nederlandse vrouwen van middelbare leeftijd, gekleed in zevenachtste khaki broeken en verstandige sandalen, elkaar te fotograferen. Uit de vinnige manier waarop ze met elkaar omgaan leid ik af dat ze door een groepsreis tot elkaar veroordeeld zijn. Van een van hen krijg ik nog een veeg uit de pan omdat ik “in haar uitzicht sta” — ze tuurt door een verrekijker — terwijl ik een foto maak.

Als we weer beneden wat proviand inslaan worden we gewaarschuwd voor de bavianen die hier rondlopen. Die waarschuwing wordt al na enkele minuten geÔllustreerd als we een ijselijke vrouwengil horen en een baviaan zien wegrennen met een rugzak. We stappen snel in de auto, terwijl we zien hoe mannen met stokken het beest te lijf gaan, en rijden naar het strandje van Kaap de Goede Hoop. Het is hier een stuk kouder en winderiger. Bibberend op een boomstam in het zand eten we chips en drinken we grapetisers (druivensap met mineraalwater). Golven slaan metershoog stuk op de rotsblokken in de branding.

Dat de terugweg langs de westkust moest gaan was een bewuste keus. De zon hoort tenslotte in zee onder te gaan, niet? De rit is zwaar voor Ilse. Veel voetgangers en fietsers langs de weg, die hier en daar akelig smal en kronkelig is. Terwijl wij ah en oh roepen over de namiddagzon die op de steile rotsen langs de Chapman’s Peak Drive valt ziet Ilse niet veel meer dan de middenstreep. Mijn reisgids spreekt van een “11 km lange, zenuwslopende zeer steile rit” en “mogelijk een van de mooiste landschapsroutes ter wereld”.

We zijn precies op tijd in Camps Bay, aan de rand van Kaapstad, voor de spectaculaire zonsondergang. Bij Paranga eten we in de aangename gloed van de terrasverwarming een perfect diner.

wordt vervolgd

anneke | 14:02 | plaatsen