24.06.2004 Key West
Over Key West hebben we getwijfeld. Helemaal naar het zuidelijkste puntje van Florida en weer terug… We doen het toch maar wel. De eeuwige drang om te ontdekken wint het van de behoefte aan een luie vakantie.
Uit ervaring weet ik dat de tolweg richting Key Largo de slimste route is. Voor een paar quarters koop je een enorme tijdwinst, omdat de alternatieve highway een en al stoplicht is. Op de Keys zelf gaat het verder over een tweebaansweg met zo nu en dan een inhaalstrook. Het is er vrij druk. Langs de weg staan de nodige aandenkens aan verkeersslachtoffers in de vorm van houten kruisjes met bloemen. Schreeuwerige borden roepen op om te eten, vissen, duiken, overnachten. Wij stoppen alleen even bij de beroemde 7 Mile Bridge en bij het Visitorcenter voor hotelinformatie.
De eilandjes die we oversteken worden steeds smaller. Hoe verder zuidelijk we komen, hoe meer het lijkt op het idee dat ik van de Keys had: een weg door het water. Vroeg in de middag komen we aan in Key West. Het vinden van een betaalbare hotelkamer blijkt geen probleem; het is laagseizoen en de coupon die we uit een brochure van het Visitorcenter hebben gescheurd geeft ons nog eens extra korting. Mijn tactiek: informeren bij alle hotels waarvan de naam eindigt op Inn. Meestal niet duur, altijd goed. Later in Orlando zal nog ik op die theorie terug moeten komen. Vandaag wordt het in ieder geval de Comfort Inn.
Key West heeft absoluut charme. In vrolijke kleuren geverfde houten huizen met veranda’s staan aan rustige straten vol palmen en feloranje bloeiende flamboyantbomen. Duvalstreet laat een andere kant zien: in het obligate Sloppy Joe’s laten toeristen zich vollopen bij hemeltergende live muziek. We lopen er langs winkels vol souvenirs en artistiekerige handnijverheid. Men noemt zich hier graag kunstenaar. Veel regenboogvlaggen. Verderop wordt het wat rustiger. We zijn nog net op tijd voor een late lunch op het aangenaam uitziende, met waternevel gekoelde, terras van Mangoes, waar we conch fritters en roze lemonade uitproberen.
Het echte sightseeën beperken we tot de twee belangrijkste attracties. Eerst het huis van Hemingway. Jaloersmakend mooi. Huis en tuin zijn bevolkt door zo’n zestig katten, die afstammen van Hemingway’s eigen katten. Hij had er vijftig. Een kattenliefhebber! Ik kan het niet laten om in de museumboekwinkel een van zijn boeken aan te schaffen: The sun also rises ziet er veelbelovend uit. Niet veel verder bevindt zich het Southernmost Point: het zuidelijkste puntje van de VS, waar menigtes toeristen zich laten fotograferen bij het monument dat vermeldt dat het hiervandaan maar 90 mijl is naar Cuba. De naastgelegen marinebasis ziet eruit als een vesting.
Het loopt tegen de avond, de vermoeidheid slaat toe. Ik lees in een reisgids dat Mallory Square het hart van de stad is. Hier wordt iedere avond het ondergaan van de zon gevierd. Klinkt bizar. Vieren dat de zon opkomt, daar kan ik inkomen. We lopen er toch maar even naar toe, aangezien de auto er in de buurt geparkeerd staat. Na een blik op de kitscherige quasi-historische omgeving en de ranzige hippiesfeer die er hangt weten we genoeg. We gaan naar het hotel om te slapen. Nog voor de zon ondergaat.
wordt vervolgd
