05.01.2004 Twee hoog

Van de buurvrouw from hell hebben we destijds niet eens afscheid genomen. De relatie was op zijn zachtst gezegd in de jaren dat ik, en later ook Alex, onder haar woonde, wat bekoeld.
De eerste kennismaking met haar was tijdens de verhuizing. Ik stelde me voor als de nieuwe bewoner en vroeg of ze wellicht een koffiefilter te leen had. Die van mij zat onvindbaar in een van de verhuisdozen. Er viel mij toen al een licht verstoorde blik op.

Ons tweede contact kwam van haar kant. Of die muziek wat zachter kon. De toon was gezet. Mijn fietspomp die bescheiden achter de voordeur stond opgesteld werd voor mijn deur neergekwakt. Alex kreeg de schuld van het slecht functionerende voordeurslot. Er werd mij regelmatig te verstaan gegeven dat ik het trappenhuis diende te stofzuigen. Als ik de radio aanzette werd er boven mijn hoofd nadrukkelijk gestampt. Toen we het er een keer over hadden liet ze weten niet van muziek te houden. Tot die tijd had ik niet geweten dat dat bestond. Vreemd ook, omdat ze naar wij vermoedden wel in een koor zong. Ze was althans rond de christelijke feestdagen tot vervelens toe de sopraanpartij van verschillende koorstukken aan het oefenen. Het Requiem van Mozart associeer ik helaas dan ook nog steeds met haar. Toen we eens terugkwamen van een korte reis had ze onze kranten weggegooid want “de deur ging niet meer open”. Er was een periode dat we iedere dag werden gewekt door haar wekker. Een hoge pieptoon, een uur lang op repeat. Toen ik haar op een dag wilde waarschuwen dat het water uit haar wasmachine met liters tegelijk langs onze keukenmuur stroomde weigerde ze de deur open te doen. Het enige waarin we elkaar konden vinden waren de wanprestaties van de huisbaas. Als die in het trappenhuis ter sprake kwamen zag ik haar ogen even oplichten en deed ze vol vuur haar beklag.

“Jaloezie”, concludeerde eens een collega na mijn opsomming van feiten.”Jij hebt namelijk alles wat zij niet heeft: een baan, een relatie, een leven.”

Mijn reactie op dit soort mensen is een zeer bizarre, ik geef het toe. Ik doe alsof mijn neus bloedt. Ik blijf zo iemand groeten met een zonnig “Goedemorgen! Alles goed?”
Haar standaardreactie: het gekweld afwenden van het hoofd. Op een gegeven moment gaf ik het op, lang nadat Alex dat had gedaan. Een luid klak! van het aangaan van de trappenhuisverlichting kondigde altijd haar onvermijdelijke aantocht aan. Op zo’n moment wachtten wij even met naar buiten gaan. Naar muziek luisterde ik nog maar zelden - het was het gedoe niet meer waard - en als ik het deed was het met de speciaal aangeschafte koptelefoon. Televisieprogramma’s volgden we via de ondertiteling.

De eerste tijd in ons nieuwe huis was ik die schichtigheid nog niet kwijt. Voor het ‘s avonds uitvoeren van een lawaaiige verhuisactiviteit zoals het boren van een gat in de muur checkten we altijd ons horloge. We stofzuigden met grote regelmaat de stucsporen zorgvuldig uit het trappenhuis. We brachten bossen bloemen naar één en twee hoog voor de overlast. De stereo stond nog op de gebruikelijke fluisterstand. Een goede verstandhouding met onze buren, daar hadden we op dat moment echt alles voor over.

Toen ik niet lang na de verhuizing voor de zoveelste keer het trappenhuis stofvrij maakte kwam de bejaarde buurvrouw van twee hoog naar buiten. “Ach meid, laat mij dat nou toch doen”, zei ze,”jij hebt het vast al druk genoeg.”
Toen ik vervolgens eens voorzichtig informeerde naar eventuele geluidsoverlast van onze kant wuifde ze dat meteen weg. “Trouwens, ik vind een beetje geluid van de buren eigenlijk wel prettig”, liet ze weten.”dan voel ik me niet zo alleen in dit grote huis…”

Sindsdien koesteren we onze kettingrokende (“wat moet ik anders zo’n hele dag”), tv-verslaafde, duivenvoerende, door en door nuchtere buurvrouw die als we op vakantie zijn met plezier voor onze poezen zorgt. We zijn eraan gewend de leader van ieder tv-journaal te horen omdat dan de televisie wat harder wordt gezet; zij vindt het geroffel van rennende kattenpootjes boven haar hoofd wel vertederend. We classificeren hysterische gefrustreerde vrouwen van middelbare leeftijd nog wel eens als een typische “buurvrouw”, maar refereren dan zeker niet aan haar.

Het laatste dat we over de buurvrouw from hell hebben gehoord was dat ze een paar nietsvermoedende bouwvakkers die iets in haar woning kwamen repareren met een aardappelschilmesje de trap af had gejaagd.

anneke | 14:42 | algemeen geleuter
3 reacties  »

Vreselijk zo’n type boven je.
Mijn buren zijn ook niet alles, maar die zijn gelukkig of te stoned of te dronken of te high of (meestal) een combinatie van die drie om te zeuren over door mij geproduceerde geluidseffecten…
Mooi dat je nu zo’n goeie hebt.

Job - 05.01.2004 - 18:24

Zo erg heb ik het gelukkig in mijn Amsterdamse jaren niet meegemaakt, maar als ik dat zo lees ben ik weer extra blij dat ik tussen de weilanden woon. Als ik dat wil kan ik nu piano spelen, of zelfs saxofoon, zonder dat iemand er last van heeft. Maar ik wil naar bed en dat is ook goed.

Menno Nicolai - 05.01.2004 - 23:37

Onze “buurvrouw from hell” woonde als studente notabene in ons eigen studentenhuis ….. ze zal het vast niet zo plezierig en grappig hebben gevonden als wij ! Wat een doos was dat !

UrbanProf - 06.01.2004 - 09:06
reageer







onthoud mij:






Alle HTML-tags behalve <a href>, <b>, <i>, <strong>, en <em> worden uit je commentaar gestript. Je e-mail adres wordt nooit gepubliceerd.