01.01.2004 Oliebollen bakken in Houston
Met kerst was ik de dans ontsprongen, maar met oud en nieuw moest er weer gewoon gewerkt worden. Gelukkig wel samen met vriendin Ilse.
Toen we elkaar de avond voor vertrek naar Houston nog even belden, realiseerden we ons dat we niks feestelijk lekkers hadden ingeslagen. Van onze werkgever moesten we het op dat gebied niet hebben, wisten we inmiddels uit ervaring. Ilse herinnerde zich vaag een pak oliebollenmix dat nog ergens achter in de voorraadkast moest staan. Weliswaar de nodige maanden over de houdbaarheidsdatum heen, maar wellicht viel er nog wat mee aan te vangen. Voor de zekerheid ging er ook een bus poedersuiker in de koffer.
Na aankomst in het hotel in Houston gingen we maar eens bij de receptie informeren naar de mogelijkheden. We hadden meteen de juiste persoon te pakken. Het meisje achter de balie bleek Nederlands, dus toen we haar het pak oliebollenmix lieten zien begreep ze direct de urgentie van de zaak.
Zonder dralen belde ze de keuken. “Een soort donuts”, hoorden we haar uitleggen, “een Nederlandse traditie”. Nog geen minuut later stonden we oog in oog met Pierre, de appetijtelijke Franse chef - met authentiek Frans accent - die ons best die avond in de hotelkeuken wilde ontvangen.
Toen we ons later in de keuken vervoegden begrepen we waarom. Het restaurant was uitgestorven, ook al was het 6 uur ‘s avonds. De Salvadoraanse kok maakte op zijn gemak een clubsandwich, zijn Thaise collega schilde een aardappeltje. Wat afleiding was kortom welkom op deze rustige avond.
Pierre haalde een beslagkom, een metrische maatbeker, een garde en een bak rozijnen, wij voegden lauwwarm water toe en klopten om de beurt het mengsel. Dit was veel makkelijker dan ik me herinnerde. De drie kwartier die het beslag moest rusten overbrugden Ilse en ik met een wit wijntje en een zak Bugles.
Terug in de keuken werd een grote pan olie op het vuur gezet en werden wij gemaand - ongetwijfeld in het kader van de aansprakelijkheid - om op een afstandje toe te kijken. Ilse begon nog omstandig de aanwijzingen op het Koopmans-pak te vertalen, maar Pierre onderbrak haar. “Ietz dzjust like beignets”, begreep hij,”I know what to do”. Vakkundig liet hij zo nu en dan een kloddertje beslag in de pan zakken en werd de temperatuur van het vet gemeten en vaardig omgerekend van Fahrenheit naar Celsius. Dit kon nog wel eens gaan lukken.
Misschien een half uur later stonden we met een grote schaal (“breng maar terug als je hier nog eens bent”) goudbruine bollen in handen. We dwongen de lieve Franse chef een exemplaar te proeven en bedankten hem uit de grond van ons hart. Een tweede oliebol ging naar de general manager - ook een Nederlander. Nog voor we hem poedersuiker hadden kunnen aanbieden had hij hem glunderend soldaat gemaakt. De rest was voor onszelf en onze collega’s.
En zo stonden we de volgende dag in een vliegtuig dat slechts gedeeltelijk gevuld was met voornamelijk ietwat typische, veelal eenzame, whiskeydrinkende passagiers die nauwelijks een boodschap hadden aan onze nieuwjaarswensen, met z’n allen te toosten op 2004 met plastic glazen verse jus en…. zelfgebakken oliebollen.
