03.01.2004 E?n hoog
Toen wij in mei 2002 naar onze huidige woning verhuisden, waren we dolblij met onze buren van een en twee hoog. Het was een verademing na jaren onder de buurvrouw from hell te hebben gewoond.
Op een hoog leerden wij een weduwnaar van in de tachtig kennen. Een man vol levenslust die weigerde in een bejaardenhuis te wonen, ondanks de zwakke gezondheid die hem van tijd tot tijd plaagde. Markant ook, omdat hij elke dag netjes gekleed in zijn rode sportwagen naar een nabij gelegen bejaardenhuis reed om zijn ‘vriendin’ te bezoeken. “Niks sexueels hoor”, verzekerde hij ons met een glimlach. Hij kon niet zo goed opschieten met mannen van zijn leeftijd, en verkeerde daarom vrijwel uitsluitend in vrouwelijk gezelschap.
In de loop der tijd heb ik verschillende klusjes voor hem opgeknapt. Zo zette ik iedere week de vuilniszak buiten, stelde alle kanalen van de video en de tv opnieuw in toen het kabelbedrijf dat omgooide en heb ik in een keukenkastje gelegen om een verstopte afvoer te repareren. Tijdens een van deze bezoeken raakten we aan de praat over de oorlog in Irak, die toen nog moest beginnen. Ik, als tegenstander van de oorlog, zette mijn argumenten uiteen waarna er een fel verweer van hem volgde dat deze schurk in Irak een lesje geleerd moest worden. Enthousiast geworden over de discussie trok hij twee biertjes uit de koelkast en gebaarde mij te gaan zitten aan de keukentafel. “Dit vind ik nou zo leuk”, zei hij, “in het bejaardenhuis zitten ze alleen maar te klagen over het weer en wie er nu weer dood is.”. Met veel plezier heb ik geluisterd naar zijn verweer, al had het nog het meeste weg van een Telegraaf-column. Ik beloofde bij het weggaan vaker langs te komen voor een biertje en een goed gesprek.
Enkele weken later hoorden we dat hij in het ziekenhuis lag en er ernstig aan toe was. Met roddelbladen en bloemen hebben we hem nog opgezocht in het VU, waar hij op een kamer met alleen vrouwen herstelde. In eerste instantie herkenden we onze buurman niet eens. Hij was verworden tot een zielig hoopje mens die de hoop op herstel al had opgegeven. Niet zo lang daarna was hij dood. Familie had hij niet meer, zijn woning werd door enkele kennissen geplunderd. Zelfs de armetierige klopper op de voordeur werd verwijderd.
Na enkele maanden leegstand zijn op dit moment klussers het huis aan het strippen om het vervolgens te moderniseren. Het enige dat nog aan hem herinnert is de sticker op de voordeur die aangeeft dat hij kinderpostzegels heeft gekocht.
Een sticker en een mooi verhaal. Als dat nou straks verdwijnt in het Web Archive, ook nog een beetje voor eeuwig.
Lars - 05.01.2004 - 22:30Prachtig verhaal en gelukkig heb je in ruil voor de vorige nu echt een geweldige gekregen!
Zeppo - 14.01.2004 - 14:06